In de categorie mij-volstrekt-onbekende bandjes vandaag de aflevering The Envelopes. Via het internet tot mij gekomen, rechtstreeks uit Zweden, en zo zo zo goed. Hun nieuwe single ‘I’d Like 2 CU’ is net uit en hij jeukt vrij ernstig.
![]()
Archive
Vaak krijg ik als ik in Amsterdam in het uitgaansleven mijzelf presenteer als inwoner van de stad Enschede meewarige blikken naar mijn zijde. Dat dan nog afgezien van de vele obligate ‘oh-heb-jij-dan-ook-een-tractor’- en ‘ah-leuk-met-vuurwerk’-opmerkingen vooral opmerkingen over de afstand. Met de topografie van de gemiddelde man zit het niet zo snor: de een denkt Enschede ergens in de buurt van de grens met Polen, de ander is weer van mening dat als je in Arnhem bent, je ‘in de buurt’ bent. Nouja.
Maar de treinreisjes die ik er geregeld heen maak (of vandaan maak, beter gezegd) zijn nooit een storende factor geweest. Ik ga dan wel nooit op weg zonder iPod, fruit & Pers (voor de puzzels) en op die manier is zo’n reis zo om. Zelfs als ze het weten te presteren storing na storing te geven, dan weet ik meestal nog wel mijn gezicht redelijkerwijs in de plooi te houden. Niet vandaag.
Want vandaag werd ik in mijn reis gezelschap gehouden. Zonder uitnodiging. Het was in Amersfoort dat ik in de vierzitter ging zitten, in gedachte het rijk alleen. Dit bleek helaas niet waar. In eerste instantie omdat NS in al haar wijsheid had besloten dat er maar één treinstel naar Enschede zou gaan en derhalve de coupe overmatig gevuld was. Maar ook omdat al spoedig uit het toilet een mannetje opdoemde. Nu is het alweer bijna lente, zoals u ook aan het weer kunt zien, dus deze meneer had zich bediend van een paar sandalen. Laten we hem daarom maar sandalenman noemen.
Het leek allemaal zo onschuldig. Ik pak een tijdschriftje uit mijn tas welk ik zojuist had aangeschaft en de reis zou eeuwig mogen duren (nouja, tot het blad uit was). Ware het niet dat dit blad een zogeheten ‘doelgroepblad’ was, d.w.z. een blad gericht op den man die ook op mannen valt.
Dat was (helaas) ook sandalenman opgevallen. En sandalenman was helaas ook het type dat daarvan op precies de onjuiste wijze gebruik van wist te maken. Terwijl ik zeer diep in gedachte verzonken uit het raam zat te staren met op de oren het prachtige Sara Smile van Daryl Hall & John Oates (mooi, zie link onder!) dacht sandalenman een versierpoging te moeten ondernemen.
Voor wie dit niet kent ofwel ziet ofwel herkent, je hebt mannen die zich in hun pogingen mannen te versieren bedienen van een wat ik noem ‘cheesy’ blik. Niet ontoevalligerwijs kwam ik dergelijke figuren in bepaalde gelegenheden (Montmartre) vaker tegen dan in andere gelegenheden. Nu zullen er vast mensen zijn die voor iets dergelijks gevoelig zijn, echter sommige mensen ook niet en tot de laatste groep behoor ik al enige tijd met veel plezier, genot & geluk, dientengevolge ik ook niet zo snel in bepaalde gelegenheden te vinden ben.
Nou was sandalenman inderdaad ook een persoon van de cheesy methode. Nog een nadeel van de cheesy-methode is dat deze vaak nogal hardnekkig en nadrukkelijk wordt toegepast. Zo ook door sandalenman. Deze versierpoging duurde van grofweg Barneveld tot aan Enschede. En dan zat er ook nog een hele hoop ellende voor ons: goederentreinen, stoptreinen, weet ik wat voor treinen, het vertraagde ons behoorlijk.
Dit gaf sandalenman kans om in al zijn pogingen aandacht van mij te krijgen zelfs zijn handjes smekend samen te vouwen, recht in mijn ogen kijkend in het geval ik in zijn richting keek. Helaas voor sandalenman keek ik daar niet. Want ik keek uit het raam, naar mijn bagage, naar de vloer, naar mijn mandarijn (waar hij ook met spanning naar zat te kijken), of eigenlijk naar alles wat de blik van sandalenman kon afwenden.
Desondanks maakte dit de reis er niet plezieriger op. Waarom mij dit uitgerekend zou moeten overkomen was dan ook hetgeen ik mij dikwijls afvroeg, maar ik was opgelucht toen ik aan het eind van de rit in een zeer hoog tempo mij kon losschudden van sandalenman.
En nu maar hopen dat sandalenman geen weblogs leest.
Als ik lees over de manier waarop iedereen tegenwoordig wegloopt met nieuw talentje Duffy, dan moet ik toch steeds weer denken aan het bandje Voicst. Niet echt te vergelijken qua muziek, maar het illustreert de manier waarop KX weer eens eerder was en dat doet mij dan weer denken aan het eerdergenoemde bandje Voicst.
Want wie kent dat fijne nummer ‘Everyday I work on the road’ nou inmiddels niet? (Tu-du-dututu). Toen ik enige tijd geleden op YouTube aan het kijken was naar een clippie van dat nummer kwam ik tot de schokkende conclusie dat ik dit bandje al eerder hetzelfde nummer heb zien doen. Live, ja, en Ãk was erbij. En voor het historisch perspectief, we spreken op dat moment eind augustus 2007, de opening van de Uitmarkt.
Toch gek hoe een bandje dan niet zo’n verpletterende indruk op me heeft gemaakt en nu dan eigenlijk niet uit je kop te branden is.
Ben is terug.
Nu nog niet.
Maar binnenkort weer.
Dat is nog eens goed nieuws.
Heel goed nieuws.
Want ik hield wel van Ben.
En Ben van mij.
Heel veel.
Ik kwam laatst iets tegen.
Toen ik mijn kamer opruimde.
Een telefoonrekening.
Van Ben.
Voor mij.
Met specificatie.
Ik begreep het helemaal.
Waarom Ben zoveel van me hield.
Het was nog vroeger.
Vroeger, toen die goeie ouwe tijd.
Toen abonnementen nog voorbehouden waren aan de werkenden.
Dus had mijn vader een abonnement voor mij.
Bij Ben.
Namens mij.
Maar ik had dus een rekening.
Van Ben.
Met daarop nummers.
Ik had me een partij gebeld.
En gebeld.
En gebeld.
In één maand tijd.
Twee maal de klantenservice.
Vijf maal de voicemail.
Eenmaal m’n moeder.
Eenmaal de Girofoon.
Je hebt het wel door.
Ik was iemand.
Iemand die een abonnement nodig had.
Dringend. Urgent.
Afijn, binnenkort dus weer Ben.
En er is een ding.
Een ding waar ik wel blij mee ben.
Ben doet niet zo moeilijk.
Ik heb nu een telefoon.
Een hele oude.
Zonder camera.
Zonder fancy.
Zonder touchscreen.
Maar hij doet het.
Heel goed zelfs.
Ik kan heel goed bellen.
Bovendien wordt ‘ie dan lekker warm.
Want bellen, dat kost energie.
En energie levert ook warmte op.
Dus heb ik nooit meer koude oren.
Niet in de winter.
Maar zeker ook niet in de zomer.
En dat is wel jammer.
Maar voor de rest is het ding oud.
Al vier jaar oud in oktober.
Ben brak.
Zo zou je het kunnen noemen.
Maar waarom nieuw kopen.
Als je oude het ook nog doet.
En daar komt het fijne van Ben.
Het nieuwe Ben.
Je kan altijd opzeggen.
Geen gezeik.
Voor zover ik kan zien.
Ik zoek nog naar kleine letters.
Maar die zijn klein.
En dus lastig te vinden.
Fijn hè, van Ben.
Maar ik heb het helemaal uitgedacht.
Straks loopt m’n contract af.
En dan ga ik lekker naar Ben.
Om nog te bellen.
Met mijn koelkast.
Mijn hele oude koelkast.
Maar niet kapot te krijgen.
Heeft reeds een Uitmarkt overleefd.
Vol van regen.
De toetsjes verdronken.
Maar ineens deden ze het weer.
Dus wie weet.
Blijft ‘ie het wel eeuwen doen.
Voor hetzelfde geld stopt ‘ie morgen.
En dat is dus het fijne van Ben.
Ben blij.
Zou je kunnen zeggen.
Alhoewel een ding me een beetje tegenhoudt, dit is namelijk het feit dat ieder persoon die mij een beetje kent, weet dat ik er een gruwelijke passie voor heb om enorme zinnen te breien, waarin je tegen de tijd dat je het einde hebt bereikt, je niet meer weet waar het begin ook alweer zat, en waar ik dit zelf ook niet meer weet omdat ik dan halverwege ineens een vergeet op te schrijven, maar derhalve ik het een beetje veracht dat ik aangesproken wordt in allemaal halfbakken zinnetjes zonder werkwood. Punt.
Meestal als ik een nummer aanraad aan jullie geef ik hierbij een mogelijkheid om op z’n minst een deel van het nummer even te beluisteren. Zo niet ditmaal. In een podcast daterend van vorig jaar november hoorde ik laatst het nummer Beestjes. Beestjes zegt u? Jawel, een eigenste cover van het origineel van Peter Koelewijn. Echter dit keer in een soort überlome en rapachtige gelikte versie. En hij is zo lekker. Maarja, het schijnt van ene Derrick te zijn. En als je dat gaat Googlen vind je niks, althans niks zinnigs.
Afijn, het is een heel fijn nummer en inlichtingen over het nummer zijn meer dan welkom!