Ben is terug.
Nu nog niet.
Maar binnenkort weer.
Dat is nog eens goed nieuws.
Heel goed nieuws.
Want ik hield wel van Ben.
En Ben van mij.
Heel veel.
Ik kwam laatst iets tegen.
Toen ik mijn kamer opruimde.
Een telefoonrekening.
Van Ben.
Voor mij.
Met specificatie.
Ik begreep het helemaal.
Waarom Ben zoveel van me hield.
Het was nog vroeger.
Vroeger, toen die goeie ouwe tijd.
Toen abonnementen nog voorbehouden waren aan de werkenden.
Dus had mijn vader een abonnement voor mij.
Bij Ben.
Namens mij.
Maar ik had dus een rekening.
Van Ben.
Met daarop nummers.
Ik had me een partij gebeld.
En gebeld.
En gebeld.
In één maand tijd.
Twee maal de klantenservice.
Vijf maal de voicemail.
Eenmaal m’n moeder.
Eenmaal de Girofoon.
Je hebt het wel door.
Ik was iemand.
Iemand die een abonnement nodig had.
Dringend. Urgent.
Afijn, binnenkort dus weer Ben.
En er is een ding.
Een ding waar ik wel blij mee ben.
Ben doet niet zo moeilijk.
Ik heb nu een telefoon.
Een hele oude.
Zonder camera.
Zonder fancy.
Zonder touchscreen.
Maar hij doet het.
Heel goed zelfs.
Ik kan heel goed bellen.
Bovendien wordt ‘ie dan lekker warm.
Want bellen, dat kost energie.
En energie levert ook warmte op.
Dus heb ik nooit meer koude oren.
Niet in de winter.
Maar zeker ook niet in de zomer.
En dat is wel jammer.
Maar voor de rest is het ding oud.
Al vier jaar oud in oktober.
Ben brak.
Zo zou je het kunnen noemen.
Maar waarom nieuw kopen.
Als je oude het ook nog doet.
En daar komt het fijne van Ben.
Het nieuwe Ben.
Je kan altijd opzeggen.
Geen gezeik.
Voor zover ik kan zien.
Ik zoek nog naar kleine letters.
Maar die zijn klein.
En dus lastig te vinden.
Fijn hè, van Ben.
Maar ik heb het helemaal uitgedacht.
Straks loopt m’n contract af.
En dan ga ik lekker naar Ben.
Om nog te bellen.
Met mijn koelkast.
Mijn hele oude koelkast.
Maar niet kapot te krijgen.
Heeft reeds een Uitmarkt overleefd.
Vol van regen.
De toetsjes verdronken.
Maar ineens deden ze het weer.
Dus wie weet.
Blijft ‘ie het wel eeuwen doen.
Voor hetzelfde geld stopt ‘ie morgen.
En dat is dus het fijne van Ben.
Ben blij.
Zou je kunnen zeggen.
Alhoewel een ding me een beetje tegenhoudt, dit is namelijk het feit dat ieder persoon die mij een beetje kent, weet dat ik er een gruwelijke passie voor heb om enorme zinnen te breien, waarin je tegen de tijd dat je het einde hebt bereikt, je niet meer weet waar het begin ook alweer zat, en waar ik dit zelf ook niet meer weet omdat ik dan halverwege ineens een vergeet op te schrijven, maar derhalve ik het een beetje veracht dat ik aangesproken wordt in allemaal halfbakken zinnetjes zonder werkwood. Punt.