Monthly Archive for oktober, 2005

Hot naar her

Vandaag was weer een vermoeiend dagje. Nadat ik, ondanks de before-bed-preek van dominee Donner (waarin hij onder andere als een soort depressieve maniak met aandachtstekort – ‘mijn moeder zei altijd, hou jij je mond maar (…) en ik ben bang dat u (de luisteraar) dat ook krijgt bij alles wat ik zeg’, en daarnaast al zijn interessante bezigheden tot in de puntjes uitwerkt), ietwat kort van mijn bedje heb mogen genieten, bleek ik ook nog een gast te hebben. Het was geen inbreker, neen, het was een socialist!

Afijn, ik bood deze jongen een ontbijtje aan, waarna ik weldra mijn eerste college kon volgen van de week. Erg interessant, edoch, gezien het ondergane chemische onderricht van de gemiddelde bezoeker, ook niet bijster het vernoemen waard. Na afloop (na een korte lunch) een rijles.

De eerste rijles na het spektakel van afgelopen dinsdag. Mij werd wel veel duidelijk, daarnaast had ik mij voorgenomen om dit keer het stuurwiel niet in de wurggreep vast te pakken. Dit lukte best, maar nog had mijn instructeur commentaar. Het is frustrerend dat je steeds fouten maakt die je of net aan het corrigeren was, of fouten die eigenlijk je wel weet dat ze fout zijn, maar die je toch doet. M’n instructeur had geen idee hoeveel lessen ik nog nodig had voor mijn examen, maar ik heb wel door dat ik niet onbeperkt hier door kan gaan, immers in november start als alles goed is m’n bacheloropdracht en dan moet het toch eens afgerond zijn.

Daarna nog een verkeersonderzoek aan de andere kant van Enschede, waar kentekens van auto’s moesten worden ingesproken, zodat als het ware een mooi plaatje kon worden gemaakt van de route die alle auto’s hadden gevolgd plus tijdsduur. Grappig om te zien hoe gemoedelijk iedereen reageert, veel getoeter en gezwaai en dat maakt het toch wel goed te doen (want voor de rest… de lucht van uitlaatgassen om je heen is ook niet alles).

Naderhand nog een interviewtje met een van mijn fans (ahum), wat TV gekeken, en nu is het helaas de hele dag niet van leren gekomen. Dat moet dan morgen maar.

Tussentijdse toets

Gisteren was het zover dat ik voor het eerst examen mocht afleggen voor mijn rijgedrag, hetgeen me best zenuwachtig maakte. Het was nog wel een tussentijdse toets, dus eigenlijk kon ik alleen vrijstelling voor de bijzondere verrichtingen verdienen (fileparkeren, hellingproef, dat soort dingen). Geen reden om echt zenuwachtig te zijn, maakte ik mezelf wijs, maar de zenuwen onderdrukken lukte niet echt meer.

Eerst ging ik nog een uurtje rondrijden met m’n instructeur, en ik was al wat nerveus, maar dat ging nog wel. Toen na wat gebruikelijke tests was het tijd om me te melden bij de CBR. Vanaf dat moment was het andere koek. Ik sprak tegen de examinator dat we eens een ‘lekker stukje gingen rijden’, maar achteraf was het gezien het verhaal van mijn bestuurders toch een ander verhaal.

In dit halve uurtje, waarin ik minstens 60 keer de klok heb bekeken, kwamen na een stukje autoweg ook de bijzondere verrichtingen. Fileparkeren! Niet bepaald mijn beste kunstje, en ondanks dat ik dacht dat het goed zou gaan, veel te snel gereden en dus kwam ik in aanraking met de stoep.

Even later, na een paar straatjes gereden te hebben (hetgeen best redelijk ging, behalve veel slordigheden), het keren op onbereden rijbaan, nog weer zo’n leuke. Gelukkig was het een erg krap straatje en dus lukte het niet in 3 steken, dus raakte ik weer in aanraking met, jawel, de stoep. Ach ja, balen, die vrijstelling kan ik dus wel vergeten, maar we blijven lekker doorkachelen.

Ik was wel opgelucht toen ik uiteindelijk bij de CBR kwam en met goed gevolg de auto vooruit in het vak had geparkeerd, maar des te meer verrast door het feit dat de examinator me (ondanks de paupere kwaliteit) de bijzondere verrichtingen cadeau deed. Verder merkte ze op dat ik een stuk meer rust in m’n rijden moest brengen en ik kan haar ook wel gelijk geven, zoals ik toen gereden heb, hou ik het geen uur vol achter elkaar!

Het gevoel van… (1)

Eerst een uur lang je gruwelijk te hebben uitgebeuld tijdens je favoriete training in de sportschool, dan thuis te komen, douchen, hapje op, muziekje op (Stevie Wonder, bijvoorbeeld). Even niet denken aan al die dingen die morgen wel komen. Dat komt morgen wel.

Honden en katten

Normaal ben ik niet zo’n hondenmens. Meer een kattenmens, we hebben bij m’n ouders thuis ook al een tijdje twee schatten van katten, hoewel dit bijna anders was geweest, omdat een van hen bedacht had met het mooie weer ervan door te moeten gaan. Na weken lang afwachten (ik zat zelf aan de andere kant van het land) bleek het beestje toch nog thuis te komen, iets vermagerd, maar desondanks redelijk gezond. Je vraagt je af hoe zo’n beestje zonder vocht zich heeft kunnen redden al die tijd, en eigenlijk had ik er ook niet meer op gerekend.

het was ook wel een hele opluchting als je hoort dat zo’n beestje weer thuis is teruggekeerd, hoewel ik het beessie nog niet sinds z’n terugkeer heb gezien. Maar in ieder geval, je bent dan toch blij te horen als die verrassende snuit z’n gezicht weer heeft laten zien. Want ondanks dat katten enorm verschillen hebben ze allemaal een eigen wil en ze laten zich moeilijk dingen van anderen opleggen en dat vind ik wel mooi. (Sommigen die me kennen zouden misschien een kat in mij herkennen, daarbij.)

Daarentegen de honden. Mijn eerste aanraking met een hond zal ongetwijfeld in mijn jeugd zijn, als kleine koter de straat op waar blaffend en kwispelend een hond opgewonden op me af kwam gestormd. Deze nogal enorme ontvangst is het beeld wat meestal bij me blijft hangen als ik aan honden denk; opgewonden, blaffend. Daarnaast worden honden toch meestal volgens de wens van hun baasje ‘ingericht’.

In ieder geval sinds een weekje heeft een jongen hier op de flat ook een hondje voor z’n verjaardag gekregen. Heel klein, nog kleiner dan de gemiddelde poes, heel klein gezicht, hele kleine pootjes en natuurlijk voorzien van een belletje. Zo doe ik mijn deur nu open en dan hoor ik dat belletje in alle hevigheid naar buiten stormen, ’s avonds, overdag, midden in de nacht, het maakt niet uit of dat beestje komt (mits de deur open staat) rond lopen.

Energiek is wat dat betreft nog licht uitgedrukt. Waar het beestje de energie vandaan haalt om constant druk heen en weer te hupsen (want met zulke kleine pootjes…), vraag je je af, maar als ik de verhalen mag geloven slaapt ‘ie ook nog wel eens. Achter de koelkast, maar het fijnste zijn toch wel mijn voeten, liefst in combinatie met sokken. In ieder geval een leuke bewoner erbij, die zijn behoefte ook gewoon op het toilet doet… ik zal het wel jammer vinden als deze hond met z’n baasje voor de kerst vertrekt.